
Zo’n dienst waarin alles kan gebeuren, maar niets gebeurt, tot….
Ik had zaterdag crisisdienst als SPV in opleiding bij GGZ Drenthe
Tot 15.15 uur bleef het stil. Te stil. Ik zat paraat, jas binnen handbereik, telefoon opgeladen.
De tijd dat er niets te doen was besteedde ik aan het ontwerpen van ons vakblad voor de opleiding. Een vreemde combinatie van rust en alertheid.
En toen ging de telefoon.
We moesten naar het ziekenhuis, op verzoek van de huisartsenpost. Beoordeling van een persoon in verwarde toestand. Stemmen horen. Bijzonder gedrag. Ook lichamelijke klachten. Geen helder verhaal, geen duidelijke richting.
Een puzzel waarvan de randstukjes ontbraken.
Niet floride psychotisch.
Geen psychiatrische voorgeschiedenis.
Niet bekend bij de GGZ.
Geen duidelijke middelen.
We vroegen. Veel. Over wat iemand ervoer, wat er veranderd was, hoe dit zo gekomen was. We zochten aansluiting. Soms lukte dat. Soms helemaal niet. Het gesprek golfde heen en weer
contact, afstand, weer contact.
En ergens voelden wij: hier klopt iets niet, maar wat precies? We konden er de vinger niet op leggen. Juist daarom besloten we, in overleg met de psychiater, tot een opname. Niet omdat we het zeker wisten, maar omdat het nog open lag. Ruimte om te onderzoeken.
Zondag draaide ik een dubbele dienst.
Om 11.30 uur begon het met een telefoontje: of we iemand thuis wilden beoordelen die zelf om een opname vroeg. Dan ga je niet meteen mee in dat verzoek. Dan ga je kijken. Wat is het toestandsbeeld? Wat speelt er echt?
We spraken over de afgelopen week. Over slaap. Over wat er recent gebeurd was. Over draagkracht. Over wat iemand nodig dacht te hebben en wat wij daarin konden betekenen.
Uiteindelijk besloten we samen dat een opname niet nodig was voor dit moment.
Tussendoor belletjes. Medicatievragen. Stemming monitoren. Bijsturen waar nodig.
Daarna nog een beoordeling: een jonge persoon met suïcidale gedachten en stemmen die van alles van haar wilden. Dwingend, intens. We namen de tijd. Bespraken opties. En kozen, met extra zorg en afspraken, voor naar huis gaan. Veilig. Met ondersteuning.
Als je het zo leest, lijkt het weinig. Maar bij elkaar was het ongeveer twaalf uur werk. Twaalf uur schakelen, luisteren, afwegen, aanwezig zijn.
Het kostte energie.
De late dienst begon met thuis een hapje eten en wachten op het volgende telefoontje. Klaar om weer te gaan. Maar het bleef stil. Ik viel in slaap op de bank. Hoofd leeg, lijf moe.
Later die avond keek ik Boer zoekt Vrouw. Geen actie meer uitgezet.
En zo is dus crisisdienst: hollen… of stilstaan.
Wat ik dit weekend leerde, is dat dit werk altijd onvoorspelbaar is. Je gaat met minimale informatie op pad. Je zoekt aansluiting. Probeert te begrijpen wat er speelt en in welke context.
En steeds opnieuw stel je dezelfde vraag:
Waar is deze persoon het meest mee geholpen, met zo min mogelijk impact, als dat kan?
Met zorg.
Met aandacht.
Met afweging.
Met precisie.
0 reacties