Peter Grootendorst Mindset coaching & trainingen

Auteur: admin

  • Wat kun je eigenlijk met je hoofd?

    Wat kun je eigenlijk met je hoofd?

    Wat kun je eigenlijk met je hoofd?

    Een persoonlijk verhaal over mijn eerste ijsbad, ademhaling en de vraag die daarna bleef hangen: wat kun je eigenlijk met je hoofd?

    Peter Grootendorst bij een persoonlijke blog over mindset, ademhaling, kou en zelfontwikkeling.

    In 2017 kwam ik voor het eerst in aanraking met de Wim Hof Methode.

    Ik had er een en ander over gelezen en er werd een workshop aangeboden in Stadskanaal.

    Mijn omgeving vond daar natuurlijk iets van. Dat is ook niet zo moeilijk, want als je tegen mensen zegt dat je vrijwillig in een ijsbad gaat zitten en vooraf een ademhalingstechniek gaat doen waarbij je tintelingen krijgt op plekken waarvan je niet wist dat ze mee konden tintelen, dan krijg je reacties.

    “Doe normaal.”
    “Waarom zou je dat doen?”

    Maar ja. Dat zeiden mensen wel vaker tegen mij.

    Ik ben sowieso altijd die jongen geweest die dingen interessant vindt. Dingen wil proberen. Dingen wil begrijpen. Net even anders dan de rest. Als iets mij raakt of nieuwsgierig maakt, dan wil ik weten wat het is. Hoe het werkt. Wat het doet. Of het iets kan openen wat ik nog niet ken.

    Misschien maakte mij dat vroeger ook wel net wat anders dan de rest. En anders zijn is op school niet altijd een aanbevelingsbrief.

    Maar goed, daar zat ik dus. In 2017. Op een avond met allemaal mensen die blijkbaar ook hadden bedacht dat kou, ademhaling en jezelf vrijwillig ongemakkelijk maken een goed plan was.

    Er werd uitgelegd. Er werd geademd. En ik weet nog dat die ademhaling meteen indruk maakte. Het was intens. Je ademt en voelt van alles gebeuren in je lijf. Tintelingen. Warmte. Spanning. Een soort elektrische aanwezigheid.

    Na die ademhaling moesten we ons opdrukken met ingehouden adem. En toen gebeurde er iets wat ik nooit ben vergeten.

    Er was een vrouw van 82. De oudste van de groep. Ze had nog nooit opgedrukt en ze pompte daar gewoon acht push-ups van de grond af.

    Acht.

    Ik weet niet precies wat er op dat moment door mij heen ging, maar het zat ergens tussen respect, ontzag en: wat gebeurt hier in hemelsnaam?

    Het was zo’n moment waarop je even stilvalt, omdat je iets ziet gebeuren waarvan je hoofd zegt: wacht even, dit kan blijkbaar ook.

    Wacht even. Dit kan blijkbaar ook.

    Na dit alles kwam het langverwachte ijsbad. Ik weet nog hoe spannend ik dat vond. Het hele bad lag vol met ijsblokjes en op je eigen gevoel mocht je erin stappen.

    Fuck, wat was dat koud.

    Pijnlijk.

    Ongemakkelijk.

    Ademen.

    In door je neus. Uit door je mond.

    En langzaam kwam er een vorm van rust over mij heen. De stem van de begeleider vervaagde wat naar de achtergrond en ergens dacht ik: ik zit gewoon in een ijsbad.

    Ik zat gewoon in een ijsbad.

    Het voelde overweldigend. Goed. Trots. Intens. En waarschijnlijk nog een paar dingen waar ik op dat moment geen woorden voor had.

    Ik zat volledig in mijn lijf. Volledig in mijn aandacht. Volledig in iets wat ik normaal gesproken waarschijnlijk uit de weg zou zijn gegaan.

    Na het ijsbad deden we nog een paar oefeningen en daarna reed ik naar huis. In de auto stroomde er van alles door mij heen.

    Endorfines.

    Adrenaline.

    Opluchting.

    En vast nog wat andere stofjes waar je beter geen hele theorie aan moet ophangen.

    Maar er was ook iets anders.

    Nieuwsgierigheid.

    Die avond was er iets aangeraakt.

    Als dit kan, wat kan er dan nog meer?

    Als een vrouw van 82, die nog nooit had opgedrukt, na een ademhaling acht push-ups uit de grond kan pompen…

    Als ik in een ijsbad kan blijven zitten terwijl mijn lijf eerst roept dat ik eruit moet…

    Wat kan er dan nog meer?

    Wat is er mogelijk als je leert werken met je adem, je aandacht, je hoofd?

    Waar zit de grens echt?

    En hoeveel grenzen zijn vooral verhalen die we onszelf zijn gaan vertellen?

    Ik had het toen nog niet gekoppeld aan mijn pestverleden. Nog niet aan die grote bek. Nog niet aan oude patronen, zelfbescherming of het jongetje dat had geleerd om hard van de toren te blazen.

    Dat kwam allemaal later.

    Maar mijn interesse was gewekt.

    Er zat blijkbaar iets bruikbaars in het kunnen sturen van je aandacht. In leren blijven wanneer je eerste reactie zegt: weg hier. In ervaren dat je niet altijd samenvalt met de eerste impuls van je lijf of je hoofd.

    Daar begon voor mij mijn eigen pad van zelfontwikkeling.

    Van leren kijken naar mijn hoofd. Mijn aandacht. Mijn reactie. Mijn mindset.

    Niet alsof ik na één ijsbad als herboren man naar buiten stapte.

    Ik stapte vooral koud naar buiten.

    Maar er stond wel ergens een deur op een kier.

    Een deur naar de vraag die mij daarna steeds meer is gaan bezighouden:

    Als ik mezelf hierin kan sturen, waar kan ik mezelf dan nog meer in leren sturen?

  • 39

    39

    39

    Een persoonlijk moment om stil te staan bij wie ik ben, waar ik vandaan kom en waar ik nog naartoe wil.

    Peter Grootendorst bij een persoonlijke verjaardagsblog over 39 worden, zelfontwikkeling en bewust leven.

    Vandaag ben ik 39 jaar geworden.

    Negenendertig.

    Dat is zo’n leeftijd die eigenlijk net nergens echt bij hoort. Je bent niet meer “begin dertig”, maar ook nog niet 40. Je staat een beetje in de deuropening. Jas aan. Sleutels in de hand. Nog één jaar voordat iemand op een verjaardag zegt: “Nou, volgend jaar de grote.”

    Alsof je dan ineens een andere software-update krijgt.

    Ik vind 39 eigenlijk wel een mooie leeftijd. Niet spectaculair. Niet rond. Niet per se geschikt voor gouden cijferballonnen, maar wel een mooi moment om even stil te staan.

    Bij wie ik ben, waar ik vandaan kom en waar ik nog naartoe wil.

    Ik ben nog steeds gewoon Peter. Ik kan nog steeds te snel reageren. Ik kan nog steeds te veel willen. Ik kan nog steeds denken dat ik iets “even” ga doen en dan drie uur later ontdekken dat “even” vooral een optimistische inschatting was.

    Sommige dingen veranderen niet zo snel, maar er is wel iets veranderd.

    Ik ben mezelf beter gaan begrijpen.

    En dat klinkt misschien wat groot, maar voor mij is dat één van de meest waardevolle dingen van ouder worden. Niet dat je ineens alles op orde hebt. Niet dat je altijd rustig blijft. Niet dat je overal wijs en mild op reageert, alsof je de hele dag in slow motion door het leven wandelt.

    Was het maar zo overzichtelijk.

    Het zit voor mij veel meer in sneller herkennen wat er gebeurt.

    Ah, daar is dat patroon weer.

    Dit raakt mij harder dan het moment vraagt.

    Misschien hoef ik dit niet alleen op te lossen.

    Dat soort inzichten zijn niet altijd leuk. Wel nuttig.

    De afgelopen jaren ben ik veel bezig geweest met persoonlijke ontwikkeling. Niet omdat ik mezelf wilde veranderen in een compleet nieuwe versie, maar omdat ik niet steeds op dezelfde manier wilde blijven reageren, denken en leven.

    Ik wilde begrijpen waarom ik deed wat ik deed. Waarom sommige dingen mij zo konden raken. Waarom ik soms hard werd wanneer ik eigenlijk geraakt was.

    En ergens onderweg ontdekte ik dat persoonlijke ontwikkeling niet betekent dat je jezelf moet gladstrijken tot een perfecte, rustige variant van jezelf.

    Gelukkig maar.

    Ik heb ook helemaal geen zin om iemand te worden die altijd in balans is, altijd de juiste woorden vindt en bij elke tegenslag glimlachend zegt: “Interessant, wat leert dit mij?”

    Ook waardevol.

    Voor mij gaat groei steeds meer over eerlijk leren kijken. Naar wat sterk is. Naar wat kwetsbaar is. Naar wat ooit bescherming was. En naar wat nu soms in de weg zit.

    Als ik kijk naar mijn leven nu, dan zie ik verschillende rollen waarin ik mezelf steeds weer tegenkom.

    Ik ben vader.

    Misschien wel de rol waarin geen enkele theorie overeind blijft zonder praktijktoets. Kinderen prikken moeiteloos door je mooie inzichten heen. Je kunt nog zoveel weten over gedrag, communicatie en regulatie, maar thuis wordt persoonlijke ontwikkeling gewoon geoefend tussen brood smeren, haasten, influencervideo’s en “papa, kijk even”.

    Ik ben partner.

    Ook daarin leer ik. Over nabijheid. Over luisteren. Over niet meteen invullen. Over blijven wanneer het schuurt.

    Ik ben SPV.

    Een vak waarin ik elke dag zie hoe complex mensen zijn. Hoe gedrag bijna altijd ergens vandaan komt. En hoe belangrijk het is om niet alleen naar klachten te kijken, maar naar verhalen, context, patronen en hoop.

    En ik ben coach.

    Iemand die mannen wil helpen om eerlijker naar zichzelf te leren kijken. Niet zweverig. Niet mooier maken dan het is. Maar ook niet harder dan nodig. Mannen die veel dragen. Die doorgaan. Die sterk lijken, maar ergens voelen dat er iets knelt.

    Dat raakt mij, omdat ik daar zelf iets van ken.

    Ik weet hoe makkelijk het is om door te gaan op karakter. Op wilskracht. Op humor. Op een grote bek. Op “komt wel goed”. En ik weet ook dat daaronder soms iets ligt wat aandacht nodig heeft.

    Als ik vooruitkijk naar mijn 39e levensjaar, dan wil ik vooral verder bouwen.

    Meer schrijven. Meer coachen. Meer spreken. Meer mijn eigen verhaal durven gebruiken, zonder dat het alleen over mij gaat.

    Mijn verhaal als ingang.

    Niet als eindpunt.

    En vader, partner, professional en ondernemer zijn zonder overal tegelijk de beste versie van mezelf te willen spelen.

    Want eerlijk: dat is vermoeiend.

    En waarschijnlijk ook niet haalbaar.

    Misschien is dat wel wat 39 voor mij betekent.

    Ik mag blijven groeien.

    Blijven bouwen.

    Blijven leren.

    En blijven lachen om mezelf, want als je dat niet doet wordt persoonlijke ontwikkeling wel een heel ernstig project.

    Dus ja.

    Geen kroonjaar. Geen eindpunt. Geen grote transformatie met violen op de achtergrond.

    Gewoon een mooi moment om even stil te staan.

    Bij wie ik was.

    Wie ik ben.

    En wie ik langzaam aan het worden ben.

    Niet perfect.

    Wel bewust.

    En als het even kan: met een beetje humor.

  • Een hond heeft een baas

    Een hond heeft een baas

    Een hond heeft een baas

    Over de grote bek die ooit bescherming was, en het moment waarop vroeger ineens mee begint te praten.

    Peter Grootendorst zittend in zonlicht bij een persoonlijke blog over oude patronen, pesten en zelfbescherming.

    “Godverdomme, een hond heeft een baas. Wie denk je wel niet dat je bent?”

    Dat zei ik tegen een psychiater.

    En omdat ik blijkbaar vond dat mijn bijdrage aan de samenwerking nog niet helemaal af was, zei ik er ook achteraan dat hij in het vervolg zijn eigen tyfusze-teringbende maar op moest knappen als hij niet wilde luisteren.

    Daar stond ik dan.

    Ergens in 2015 of 2016. Neus aan neus met een psychiater. Met mijn werkervaring, mijn professionele houding, mijn kennis over gedrag en communicatie, en een zin die waarschijnlijk nooit in een training de-escalerend werken terechtkomt.

    Daarna kon ik mij melden bij de manager.

    Volkomen terecht.

    Het begon met iets heel praktisch. Ik vroeg of hij zijn beleid voor het weekend iets anders kon afstemmen, zodat wij er in de nachtdienst minder werk en vooral minder onrust van zouden hebben op de groep.

    Dat was geen gekke vraag. Tenminste, dat vond ik zelf. En meestal vind ik mijn eigen vragen op dat moment behoorlijk redelijk.

    Dit was inmiddels het derde gesprek hierover.

    Steeds liep het hetzelfde. Het beleid gaf onrust op de groep, wij mochten het later oplossen en ik voelde mijn irritatie oplopen. Ik wilde het nog één keer uitleggen. Nog één keer duidelijk maken waarom dit op de groep niet handig was.

    Toen kwam hij dichterbij.

    Te dichtbij.

    Hij ging als het ware boven mij staan en zei iets in de richting van:

    “Je moet gewoon naar mij luisteren, want ik ben je baas.”

    Het kwam binnen als een lucifer in een ruimte waar al benzinedamp hing.

    Mijn hoofd had nog iets verstandigs kunnen zeggen. Iets over samenwerking, toon of veiligheid. Keurig. Waarschijnlijk zelfs bruikbaar in een reflectieverslag.

    Mijn lijf koos een andere route.

    Oogkleppen op.

    Actie.

    Vol erop.

    Daar stond niet alleen de verpleegkundige die zich zorgen maakte over de nachtdienst. Daar werd ook iets ouds geraakt. Dat stuk in mij dat klein gemaakt worden razendsnel herkent. Of denkt te herkennen. Dat stuk dat ooit had geleerd: als je stil blijft, gaat het door.

    En ergens in al dat pesten had ik mezelf iets aangeleerd.

    Als je heel hard van de toren blaast, houdt het op.

    Als iemand je klein maakt, maak jij jezelf groter. Hard. Duidelijk. Zonder twijfel.

    En ja, vroeger werkte dat. En daar was ik zelfs trots op. Op die duidelijke mening. Die grote bek. Die durfal. De man die voorop liep en wel even zou vertellen hoe het zat.

    Daar had ik toen geen psychologische uitleg bij.

    Ik dacht niet: interessant, dit is mogelijk een overlevingsstrategie vanuit oude pijn.

    Natuurlijk niet.

    Ik dacht gewoon: zo ben ik.

    Direct. Duidelijk. Niet bang. Iemand met een mening. Iemand die zegt wat anderen misschien denken, maar niet durven zeggen.

    Pas veel later ben ik daar anders naar gaan kijken.

    Want duidelijk zijn is niet het probleem. Je mond opentrekken ook niet. Ergens voor gaan staan al helemaal niet.

    De vraag is vooral: wie staat er op dat moment aan het stuur?

    De volwassen versie van mij, of dat oude stuk dat denkt: nu toeslaan, anders ben ik weer de klos?

    In dat gesprek werd ik niet gepest. Ik werd onhandig aangesproken op hiërarchie. Dominant, ongemakkelijk en weinig helpend.

    Mijn lijf maakte daar iets anders van.

    En oude patronen zijn niet bepaald sterk in nuance. Die gaan niet eerst even rustig vergaderen met de feiten. Die ruiken iets bekends, trekken een conclusie en zetten alvast de sirene aan.

    Bam.

    Daar ga je.

    Nu kan ik zeggen dat ik te ver ging. Dat ik er niet trots op ben. Dat mijn reactie groter was dan het moment.

    Maar toen kon ik dat niet.

    Jaren later eigenlijk ook nog niet.

    Toen voelde het vooral alsof ik eindelijk eens terugduwde. Alsof ik een grens trok die al veel eerder getrokken had moeten worden. Alsof ik niet opnieuw toestond dat iemand boven mij ging staan en bepaalde waar mijn plek was.

    Vanbinnen voelde het als zelfbescherming.

    Misschien zelfs een beetje als overwinning.

    En juist dat maakte het lastig.

    Want hoe stuur je iets bij dat jarenlang voelde als karakter?

    Hoe kijk je kritisch naar iets waar je ooit status aan ontleende?

    Ik denk niet dat dat helemaal weggaat. Dat hoeft misschien ook niet. Er zit ook kracht in. Alleen wil ik niet meer dat die kracht automatisch uit de verkeerde la komt.

    Ik leer het sneller herkennen. En als ik het sneller zie, dan kan ik ook bijsturen.

    Soms op tijd. En soms pas wanneer ik mezelf alweer hoor praten en denk:

    ah.

    daar is de afdeling “ik regel dit wel even” weer.

    Die afdeling heeft mij ooit beschermd. Dat snap ik.

    Maar hij hoeft niet meer elk overleg over te nemen.

    Zeker niet met een psychiater.

    En al helemaal niet neus aan neus.

  • Wat pesten mij heeft laten geloven

    Wat pesten mij heeft laten geloven

    Wat pesten mij heeft laten geloven

    Een vervolg op mijn eerdere blog over pesten. Over herkenning, oude overtuigingen en leren zien wat vroeger bescherming was.

    foto van Peter Grootendorst bij een persoonlijke vervolgblog over pesten en oude overtuigingen.

    Op mijn vorige blog over pesten heb ik veel reacties gekregen. Meer dan ik had verwacht.

    Een deel daarvan was zichtbaar. Onder mijn bericht. Openlijk. Kwetsbaar ook. Maar er kwamen ook veel berichten binnen via DM. In mijn postvak van LinkedIn, Instagram en Facebook.

    Het heeft iets losgemaakt.

    Mensen die zich herkenden. Mensen die zelf gepest zijn. Mensen die vertelden dat ze het al jaren met zich meedragen. Mensen die aangaven dat ze zich ineens wat minder alleen voelden.

    En er waren ook oude klasgenoten die reageerden. Sommigen vroegen zich af of zij daar onderdeel van waren geweest. Of zij iets hadden gedaan. Of misschien juist niets hadden gedaan.

    Dat vond ik bijzonder. En eerlijk gezegd ook ingewikkeld.

    Want mijn blog was geen aanklacht. Geen zoektocht naar schuldigen. Geen poging om mensen alsnog ter verantwoording te roepen voor iets van vroeger.

    Maar door al die reacties merkte ik opnieuw hoeveel lagen er eigenlijk onder zo’n verhaal zitten. Pesten gaat niet alleen over wat er toen gebeurde.

    Het gaat niet alleen over woorden op een schoolplein. Niet alleen over opmerkingen in een klaslokaal, buitengesloten worden, lachen, wijzen of het gevoel dat ik er niet echt bij hoorde.

    Het gaat ook over wat ik daarna over mezelf ben gaan geloven.

    Ik ben gaan geloven dat ik anders was. Dat ik minder ruimte moest innemen. Dat ik eerst moest bewijzen dat ik goed genoeg was. Dat ik vooral niemand nodig moest hebben. Dat kwetsbaarheid gevaarlijk was.

    Dat zijn geen overtuigingen die ik op een dag bewust heb gekozen. Ze zijn er langzaam ingeslopen. Door herhaling. Door schaamte. Door momenten waarop ik mij alleen voelde.

    Op een gegeven moment voelen zulke overtuigingen niet meer als gedachten. Dan voelen ze als waarheid.

    Bij mij werd één overtuiging heel sterk:

    Ik moet het alleen kunnen.

    Dat klinkt misschien krachtig. Onafhankelijk. Alsof ik iemand ben die zijn eigen boontjes dopt en gewoon doorgaat.

    En eerlijk is eerlijk: ergens heeft die overtuiging mij ook geholpen.

    Ik heb geleerd om door te zetten. Ik heb geleerd om mijzelf staande te houden. Ik heb geleerd om niet bij elke tegenslag om te vallen. Ik heb geleerd om te presteren, verantwoordelijkheid te nemen en door te gaan wanneer het lastig werd.

    Maar diezelfde overtuiging heeft ook een andere kant.

    Want als ik alles alleen moet kunnen, wordt hulp vragen ingewikkeld. Dan voelt samenwerken soms alsof ik tekortschiet. Dan kan feedback harder binnenkomen dan bedoeld is. Dan kan ik mij snel aangevallen voelen, ook wanneer iemand gewoon iets teruggeeft om mij verder te helpen.

    Dan reageer ik soms niet alleen op wat er op dat moment gebeurt.

    Een oude alertheid.

    Een oude schaamte.

    Een oud gevoel van: zie je wel.

    Dat heb ik echt moeten leren zien.

    Niet in één keer. Niet door één inzicht waardoor ineens alles anders werd. Maar stap voor stap. In mijn werk. In mijn opleiding. In relaties. In het vaderschap.

    In momenten waarop ik achteraf dacht: waarom kwam dit zo hard binnen? Waarom schoot ik zo snel in de verdediging? Waarom vond ik het zo moeilijk om gewoon te zeggen dat ik iets spannend vond of niet wist?

    Daar zat vaak meer onder dan alleen het moment zelf.

    De jongen van toen praatte nog mee.

    De jongen die niet wilde opvallen. De jongen die zich schaamde. De jongen die boos werd omdat verdriet te kwetsbaar voelde. De jongen die dacht: ik los het zelf wel op.

    Ik ben die jongen niet kwijt. En misschien hoeft dat ook niet.

    Hij hoort bij mij.

    Maar ik wil niet dat hij alles blijft bepalen.

    Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van persoonlijke ontwikkeling geworden. Niet doen alsof het verleden er niet toe doet. Niet zeggen: het is geweest, dus klaar.

    Maar eerlijk leren kijken naar wat ik heb meegenomen. Naar wat mij ooit heeft beschermd. En naar wat mij nu soms in de weg zit.

    Ik oefen daar nog steeds in.

    Door hulp te vragen voordat ik vastloop. Door feedback niet meteen als afwijzing te zien. Door te vertragen wanneer ik voel dat ik in de verdediging schiet. Door niet alles alleen te willen dragen.

    Soms lukt dat.

    Soms ook niet.

    Dan trek ik mij terug. Dan wil ik het alsnog zelf oplossen. Dan voel ik de neiging om mij te bewijzen, terwijl niemand mij vraagt om mij te bewijzen.

    Maar het verschil met vroeger is dat ik het nu vaker herken.

    En herkennen is al beweging.

    Niet blijven hangen in vroeger. Maar eerlijk laten zien dat oude ervaringen invloed kunnen hebben op hoe ik vandaag kijk, reageer, bescherm en leef.

    Want als de reacties op mijn vorige blog mij iets hebben laten zien, dan is het dit:

    Ik ben niet de enige.

    Niet de enige die iets heeft meegedragen. Niet de enige die oude woorden soms nog voelt. Niet de enige die jarenlang sterker heeft geprobeerd te lijken dan hij zich voelde.

    Misschien begint verandering niet met doen alsof het niets heeft gedaan.

    Misschien begint het juist met eerlijk zeggen:

    Dit heeft iets met mij gedaan.

    En vanaf daar opnieuw leren kiezen.

    Niet perfect. Niet ineens. Maar wel bewuster dan toen.

  • Ik ben gepest

    Ik ben gepest

    Ik ben gepest

    Een eerlijk verhaal over pesten, eenzaamheid, aanpassen en hoe oude ervaringen later nog kunnen doorwerken.

    Kinderfoto van Peter Grootendorst bij een persoonlijke blog over gepest worden, eenzaamheid en oude ervaringen die later kunnen doorwerken.

    Vanaf groep 5 op de basisschool tot ongeveer 3 havo op de middelbare school gebeurde dit. Omdat ik dik was. Omdat ik scheve tanden had. Omdat ik van andere muziek hield. Omdat ik niet helemaal paste in de groep. Omdat ik anders was dan de mensen om mij heen.

    En dat heeft iets met mij gedaan.

    School was niet alleen een plek om te leren. Het werd ook een plek waar ik alert was. Wie kijkt er? Wie lacht er? Gaat het over mij? Moet ik iets terugzeggen? Of juist doen alsof het me niets doet?

    Ik heb mij eenzaam gevoeld. Verdrietig ook. Soms boos. Maar vooral vaak alleen. Niet altijd zichtbaar voor anderen, maar vanbinnen wel.

    En ergens ben ik mij gaan aanpassen. Ik leerde lachen voordat een ander dat deed. Ik leerde sterk doen. Ik leerde doorgaan. Ik leerde vooral niet te veel te laten merken. Want als ik liet zien dat iets mij raakte, dan kon iemand daar weer iets mee.

    Dus bouwde ik iets. Een schild. Een houding. Een manier van doen.

    Bij mij werd dat later ook energie. Humor. Drive. Zelfstandig zijn. Gewoon doorgaan.

    En dat heeft mij veel gebracht, maar het heeft ook veel gekost.

    Want wat ik vroeger nodig had om overeind te blijven, nam ik later soms mee naar plekken waar dat niet meer nodig was. Naar werk. Relaties. Vriendschappen. Feedback. Een simpele opmerking kan dan ineens ergens oud binnenkomen.

    Wat mij vroeger overeind hield, zat mij later soms juist in de weg.

    Daar wil ik vaker over schrijven.

    Niet omdat ik zielig gevonden wil worden. Niet omdat ik alles perfect verwerkt heb. Was het maar zo overzichtelijk. Gewoon af en toe een klein stukje. Geen groot stappenplan. Geen vijf tips. Geen perfect herstelverhaal.

    Gewoon eerlijk.

    Ik ben gepest.

    Ik heb mij eenzaam gevoeld.

    Ik ben verdrietig geweest.

    Dat heeft invloed gehad. En nog steeds.

    Dat hoort bij mijn verhaal. Wie weet herken je er iets in. Op een andere manier, op dezelfde manier, of helemaal niet.

    En misschien schrijf ik daar binnenkort weer een stukje over.