Persoonlijke ontwikkeling
Wat kun je eigenlijk met je hoofd?
Een persoonlijk verhaal over mijn eerste ijsbad, ademhaling en de vraag die daarna bleef hangen: wat kun je eigenlijk met je hoofd?
In 2017 kwam ik voor het eerst in aanraking met de Wim Hof Methode.
Ik had er een en ander over gelezen en er werd een workshop aangeboden in Stadskanaal.
Mijn omgeving vond daar natuurlijk iets van. Dat is ook niet zo moeilijk, want als je tegen mensen zegt dat je vrijwillig in een ijsbad gaat zitten en vooraf een ademhalingstechniek gaat doen waarbij je tintelingen krijgt op plekken waarvan je niet wist dat ze mee konden tintelen, dan krijg je reacties.
“Doe normaal.”
“Waarom zou je dat doen?”
Maar ja. Dat zeiden mensen wel vaker tegen mij.
Ik ben sowieso altijd die jongen geweest die dingen interessant vindt. Dingen wil proberen. Dingen wil begrijpen. Net even anders dan de rest. Als iets mij raakt of nieuwsgierig maakt, dan wil ik weten wat het is. Hoe het werkt. Wat het doet. Of het iets kan openen wat ik nog niet ken.
Misschien maakte mij dat vroeger ook wel net wat anders dan de rest. En anders zijn is op school niet altijd een aanbevelingsbrief.
Maar goed, daar zat ik dus. In 2017. Op een avond met allemaal mensen die blijkbaar ook hadden bedacht dat kou, ademhaling en jezelf vrijwillig ongemakkelijk maken een goed plan was.
Er werd uitgelegd. Er werd geademd. En ik weet nog dat die ademhaling meteen indruk maakte. Het was intens. Je ademt en voelt van alles gebeuren in je lijf. Tintelingen. Warmte. Spanning. Een soort elektrische aanwezigheid.
Na die ademhaling moesten we ons opdrukken met ingehouden adem. En toen gebeurde er iets wat ik nooit ben vergeten.
Er was een vrouw van 82. De oudste van de groep. Ze had nog nooit opgedrukt en ze pompte daar gewoon acht push-ups van de grond af.
Acht.
Ik weet niet precies wat er op dat moment door mij heen ging, maar het zat ergens tussen respect, ontzag en: wat gebeurt hier in hemelsnaam?
Het was zo’n moment waarop je even stilvalt, omdat je iets ziet gebeuren waarvan je hoofd zegt: wacht even, dit kan blijkbaar ook.
Wacht even. Dit kan blijkbaar ook.
Na dit alles kwam het langverwachte ijsbad. Ik weet nog hoe spannend ik dat vond. Het hele bad lag vol met ijsblokjes en op je eigen gevoel mocht je erin stappen.
Fuck, wat was dat koud.
Pijnlijk.
Ongemakkelijk.
Ademen.
In door je neus. Uit door je mond.
En langzaam kwam er een vorm van rust over mij heen. De stem van de begeleider vervaagde wat naar de achtergrond en ergens dacht ik: ik zit gewoon in een ijsbad.
Ik zat gewoon in een ijsbad.
Het voelde overweldigend. Goed. Trots. Intens. En waarschijnlijk nog een paar dingen waar ik op dat moment geen woorden voor had.
Ik zat volledig in mijn lijf. Volledig in mijn aandacht. Volledig in iets wat ik normaal gesproken waarschijnlijk uit de weg zou zijn gegaan.
Na het ijsbad deden we nog een paar oefeningen en daarna reed ik naar huis. In de auto stroomde er van alles door mij heen.
Endorfines.
Adrenaline.
Opluchting.
En vast nog wat andere stofjes waar je beter geen hele theorie aan moet ophangen.
Maar er was ook iets anders.
Nieuwsgierigheid.
Die avond was er iets aangeraakt.
Als dit kan, wat kan er dan nog meer?
Als een vrouw van 82, die nog nooit had opgedrukt, na een ademhaling acht push-ups uit de grond kan pompen…
Als ik in een ijsbad kan blijven zitten terwijl mijn lijf eerst roept dat ik eruit moet…
Wat kan er dan nog meer?
Wat is er mogelijk als je leert werken met je adem, je aandacht, je hoofd?
Waar zit de grens echt?
En hoeveel grenzen zijn vooral verhalen die we onszelf zijn gaan vertellen?
Ik had het toen nog niet gekoppeld aan mijn pestverleden. Nog niet aan die grote bek. Nog niet aan oude patronen, zelfbescherming of het jongetje dat had geleerd om hard van de toren te blazen.
Dat kwam allemaal later.
Maar mijn interesse was gewekt.
Er zat blijkbaar iets bruikbaars in het kunnen sturen van je aandacht. In leren blijven wanneer je eerste reactie zegt: weg hier. In ervaren dat je niet altijd samenvalt met de eerste impuls van je lijf of je hoofd.
Daar begon voor mij mijn eigen pad van zelfontwikkeling.
Van leren kijken naar mijn hoofd. Mijn aandacht. Mijn reactie. Mijn mindset.
Niet alsof ik na één ijsbad als herboren man naar buiten stapte.
Ik stapte vooral koud naar buiten.
Maar er stond wel ergens een deur op een kier.
Een deur naar de vraag die mij daarna steeds meer is gaan bezighouden:
Als ik mezelf hierin kan sturen, waar kan ik mezelf dan nog meer in leren sturen?